Het is zaterdagavond en mijn jongens zitten voor de tv. Ze kijken een film. Een komische actiefilm. Ik ben niet zo van het knok- en schietwerk, maar een combinatie ervan met een beetje humor, kan ik wel waarderen. Ik val op het juiste moment binnen.

“Weet je hoe je meisjes moet versieren?”, vraagt een spierenbundel aan zijn stiefzoon. Het is een gigantische gekleurde man. Met zijn twee meter en een meer dan gemiddeld uitgezet postuur, maakt hij indruk. Zeker weten. Zelfs op een televisiebeeld. Zijn bruine huid glimt in de zon, terwijl de mouwtjes van het witte T-shirt bijna knappen als hij zijn spieren opzet. Het lijken wel ijzeren kabels. De jonge knaap, een schlemieltje van een jaar of zestien, brilletje op, kijkt zijn stiefvader ongeloofwaardig aan. Hij lijkt meer ontzet dan vereerd met een versierles, want stiefvader ontneemt hem het zicht op het mooie meisje waar hij verliefd op is en dat net van hem wegloopt.

“Dit is wat je moet doen”, vervolgt de acteur zonder een reactie van stiefzoon af te wachten. “Kijk, je moet zo gaan staan.” Hij gaat schuin staan en zet zijn benen wijd uit elkaar. Hij kromt zijn armen en ziet er uit als een gorilla in de aanval. “Als je dan zo staat, kijk je je meisje lief aan en doe je zo”, legt hij uit terwijl hij zijn borstspieren op en neer laat gaan. De te al brede borstkas zet nog meer uit en het te strakke T-shirt verhult een perfecte, ritmische beweging van de borstspieren.

“Ah”, zeg ik tegen mijn zonen laconiek, ”Nou begrijp ik waarom jullie naar deze film kijken en waarom jullie zo hard sporten.” Vooral mijn jongste zoon hangt elke dag in de fitnessapparaten of trekt zich ontelbare keren op aan de traptreden.

“Kunnen jullie dat ook?”, vraag ik uitdagend. Mijn jongste zoon ligt languit op de bank. De oudste zit / ligt half en appt met zijn vrienden. Borstspieren aantrekken is voor hem een klein kunstje. Ondanks zijn druk sociaal mobiel leven, vangt hij mijn opmerking op. Hij laat zich niet kennen en inderdaad onder zijn T-shirt zie ik wat bewegen. Het haalt van verre niet het niveau van de krachtpatser op tv, maar het is een begin.

“En jij?”, vraag ik mijn jongste zoon. Al liggend probeert hij het kunstje uit te voeren, maar ik zie amper wat bewegen. Ondertussen wordt mijn aandacht alweer getrokken door de beelden op tv en laat ik het onderwerp voor wat het is.

Een uur later staan wij met z’n drieën in de badkamer onze tanden te poetsen. “Nou, laat maar eens zien wat je allemaal kunt!”, nodig ik opnieuw mijn jongste zoon uit. De oudste staat breed glimlachend voor de spiegel. Zijn T-shirt gaat alweer heen een weer. Ik kan er niet anders uit opmaken dat a) het indrukwekkend is en b) hij zijn broertje uitdaagt.

Jongste zoon kijkt naar zichzelf. “Onder druk lukt het niet!”, reageert hij geïrriteerd, na een aantal pogingen. Dit moeten toegeven daar waar zijn broer bij staat is een ware afgang, “Normaal gesproken lukt het me altijd!”, verdedigt hij zich als mijn oudste zoon en ik dubbel liggen van het lachen.

Ik leg mijn hand op mijn jongste zoon onvoorstelbaar brede borst. Dat voelt getraind. “Hoe moet dat dadelijk, als je in het leger zit?”, plaag ik hem een beetje. “Ik kan het gewoon niet onder druk en als jullie zo kijken”, geeft hij nogmaals aan en loopt geïrriteerd weg.

Ik heb met hem te doen. Uitgerekend in het bijzijn van zijn broer, heeft hij een fysieke black-out. Maar meestal zijn dat de besten. Want ik weet wel beter. Als we eten, zit hij aan tafel naast mij, aan de rechterkant. En elke dag zie ik – vanuit mijn ooghoek – hoe hij oefent. Zelfs onder een wijd grijs T-shirt zie ik hoe zijn spieren wiebelen. Dus hij kan het echt wel! Het komt helemaal goed als hij een leuk meisje ontmoet!