Mijn jongste dochter is gek op nagellak. Niet, een, twee of drie potjes, maar toch zeker 25 potjes prijken in haar speciaal daarvoor gemaakt nagellakkastje. Ze heeft ze in alle groottes, soorten, maten en kleuren. Elke zondagavond zit ze pontificaal aan het koffietafeltje in de woonkamer voor de televisie om haar nagels voor de komende week te sieren. Haar laatste aankoop komt uit China.

Het ging zo.
Ik loop de computerkamer binnen en zie mijn twee dochters ijverig met hun neus op het scherm gedrukt. “Wat zijn jullie aan het doen?”, vraag ik. “We zijn nagellak aan het bekijken”, antwoordt de jongste. Ik had het kunnen weten. “Hoezo nagellak?”, vraag ik onnozel. “Het is een hele goedkope Chinese site. En ze hebben heel veel soorten. Ik zoek glow in the dark nagellak.” Lichtgevende nagellak. Oké, maar hebben ze die niet gewoon bij het Kruidvat? Ik zie het niet zo zitten om nagellak bij een Chinese site te bestellen. Niet dat ik iets tegen Chinezen heb of zo, nee, maar lekker Hollands mag ik wel. “En waarom haal je dat niet gewoon bij het Kruidvat of de DA? Daar hebben ze toch wel deze nagellak?”, probeer ik. “Nou niet deze kleuren en zeker niet voor deze prijs”, luidt het antwoord in tweevoud. Ik geef me niet zomaar gewonnen. “Ik vind het wel een beetje raar dat je op een buitenlandse site gaat kijken. Hoe kom je aan dat adres?”, vraag ik nieuwsgierig. “Dat heb ik van mijn vriendin van school”, legt de oudste uit, “ze koopt altijd via deze site.” Ergens vertrouw ik het niet. Maar om het plezier dat de dames samen hebben niet te verpesten, laat ik ze maar. Het zal wel loslopen.

Even later staan ze voor mijn neus. “Mam, mogen we even je creditcard? We moeten betalen.” Daar heb je het al. Ik kan dokken. “Waar hebben we het over?” “Die nagellak, natuurlijk. Ik wil wat bestellen.” Ondanks mijn tegenwerpingen dat we hier in Nederland even mooie en goede nagellak kunnen krijgen en even duur en meteen beschikbaar, krijg ik de dames niet vermurwd. Ze volharden. Vooruit, denk ik. Voor zes euro kan ik niet veel lijden. Gaat het mis, gaat het mis. Het risico dat mijn bankgegevens op straat liggen, neem ik op de koop toe.

Tien dagen later staat mijn jongste vol verwachting bij de brievenbus. “Nou, mam het moet vandaag komen. Ik wacht al tien dagen.” Zodra de postbode komt, neemt ze de post aan. Maar helaas. De dagen die volgen ook niets. De teleurstelling is aan haar snoetje af te lezen. Er komt pas weer enige levendigheid als ze een postbriefje in de brievenbus vindt. “Mam, we hebben een pakje gemist. Het is afgegeven bij de buurman”, roept ze vol verwachting. Ze is er zeker van dat het haar pakje is en samen lopen we naar de buren om het langverwachte pakketje op te halen. Maar bij het zien van de vorm van het pakje, trekken we beiden de conclusie dat het niet om potjes nagellak gaat, maar om een boek. Het mondje zakt naar beneden en tranen stromen. “Meisje”, troost ik “komt het pakje nu niet, dan komt het een andere keer. Anders kunnen we nog altijd naar het Kruidvat.”

Week in, week uit. Geen pakje. Ze praat er niet meer over en doet het maar met de lak die ze al heeft. Ook mooi hoor, zwarte nagels met witte nopjes, die doen denken aan de 101 Dalmatiërs, groen met rood voor Kerst, wit met geel. Mijn dochter tovert de mooiste nagelcreaties. Het Chinese avontuur lijkt vergeten. Bij mij althans wel. De verloren zes euro neem ik voor lief en ik ben blij dat er voortaan niets meer op buitenlandse sites wordt besteld. Daar ga ik tenminste vanuit.

“Mam, mam”, rent mijn jongste op me af op een gegeven moment. Me totaal niet realiserend wat er aan de hand is en denkend dat er iets op school is gebeurd, ontvang ik haar met open armen. “Mam, het is er! Eindelijk! Kijk!” Het kwartje valt als ik roze en blauwe glow in the dark en zwart mat nagellak in haar handjes zie. Haar prille geluk kan niet op. Het mijne ook niet. Dolenthousiast is ze en vraagt me lief: “Mag ik de zwarte bij je uitproberen?” Tuurlijk poes. Wie wil er nou geen zwarte Chinese nagellak op zijn vingers?