Interview met Heidi Poessé, violiste bij het Philharmonie Zuidnederland

“Mijn moeder koos voor de viool. Ze heeft het goed ingeschat”

Voor violiste Heide Poessé loopt het leven zoals het komt

Interview-simone-van-de-wijdeven-heidi-poessé

RAVENSTEIN– Haar rustig voorkomen en bedeesde houding verschuilen de kleurrijkheid aan ideeën en visies die violiste Heidi Poessé, van wie je het op eerste gezicht misschien niet zou verwachten, tentoonspreidt. Haar voorliefde voor muziek ontneemt haar geenszins de ambitie om ook op andere manieren, zoals bij Stichting Cultuur Ravenstein, Rotary en Groen Links, invulling te geven aan haar leven. Met haar analytisch vermogen weet ze daarin feilloos de speerpunten te benoemen die er volgens haar toe doen.

Brabant
Heidi Poessé (50) vertegenwoordigt de vier windstreken van Nederland. Ze is geboren In Dordrecht, opgegroeid in Lage Zwaluwe, heeft een Rotterdamse vader en Friese moeder, woont in het oosten van het land en werkt in het Zuiden. Heidi verhuisde als kind van acht jaar met haar ouders en broertje van een flat in een stad naar een dorp op het platteland van West-Brabant. Daar werden de tweelingzusjes geboren. “Het was een hele grote overstap. We speelden niet langer tussen beton, maar in de maïsvelden. We leerden al snel dat je van de Brabantse klei mooie potjes kunt bakken door ze te laten drogen in de zon.” De verworven vrijheid had echter ook zijn keerzijde. “Ik zag er stads uit. Ik had twee grote vlechten en een strik, droeg andere kleren dan mijn schoolgenoten, daarbij speelde ik viool. Ik viel op en dat heb ik gevoeld op de basisschool. Hoewel ik werd gepest, liet ik me er niet door beïnvloeden, ik bleef gewoon mezelf en boog niet onder de druk.”

Het tij keerde toen ze eenmaal op de middelbare school zat in Breda. “Ik heb gemerkt dat als je in een kleine hechte gemeenschap bent geboren, het heel lastig is om eruit te komen,  maar voor een buitenstaander ook heel moeilijk om er tussen te komen. Maar nu kwam ik met gelijkgestemden in de VWO-klas en kreeg kans me te ontplooien.” Ze raakt vooral geïnteresseerd in Nederlands en geschiedenis, het vak dat misschien wel onbewust het zaadje plantte voor haar belangstelling voor de politiek. “Thuis waren we heel liberaal, maar de leraar geschiedenis was links en die vertelde verhalen, die door mijn ouders dan volledig werden ontkracht. Dat meningsverschil dwong mij na te denken over bepaalde problemen.”

Viool
Haar muziekcarrière startte toen ze negen jaar was en twee jaar algemene muzikale vorming volgde. “Daarna ben ik viool gaan spelen. Niet eens omdat ik dat wilde, maar omdat mijn ouders vonden dat het bij de opvoeding hoorde. Mijn moeder dacht dat viool wel bij mij paste. Dat heeft ze goed ingeschat.” Heidi was tot aan haar vervolgopleiding op het Brabants Conservatorium in Tilburg, echter niet bezeten van haar viool. “Ik ging elke week keurig een half uur naar de muziekles en oefende thuis, maar meer ook niet. Achteraf denk je, hoe kan dat zo gelopen zijn? Maar ik denk dat mijn lerares destijds niet zag wat mijn potenties waren. Mijn leven heeft blijkbaar zo moeten lopen, zonder dat ik het gevoel heb er veel invloed op te hebben gehad.”

Haar zevenjarige opleiding bracht haar bij muziekschool Factorium in Tilburg en bij het Brabants Orkest – nu het philharmoniezuidnederland –  waar ze als tweede violiste speelt. “Als tweede violist ben je samen met de altviolen de motor van het orkest. Je hebt een ondersteunende taak. Op deze positie ben je een radar binnen het geheel en daar voel ik me goed bij. Als sollist vind ik het fijn om te spelen in de regio, zoals voor een speciaal jubileum in het St. Janskerkje te Neerlangel of een kerstconcert voor de Katholieke Bond voor Ouderen. Dan sta je dichtbij de mensen, die toegankelijk en je dankbaar zijn.”

Elke week speelt het orkest een ander stuk, dat van de leden veel inspanning vergt. “Je moet continu switchen, waardoor het moeilijk is om je een stuk echt meteen eigen te maken. Je bent al blij als je het overzicht kunt houden. Gelukkig komen in der loop der jaren regelmatig dezelfde partituren langs, waardoor je meer grip krijgt op het stuk en een beter gevoel bij wat je speelt.” Niet alleen de muziek intrigeert haar, maar het spelen in een orkest op zich is voor Heidi al zeer inspirerend. “We hebben in ons orkest zestien verschillende nationaliteiten afkomstig uit de hele wereld. Die verscheidenheid aan mensen boeit me enorm en ik voel me erbij thuis. Ondanks al die verschillen moeten onze neuzen uiteindelijk dezelfde kant opstaan. Daar ligt een zware taak voor de dirigent, maar ook een hele uitdaging.”

Maurits
Heidi gaat niet alleen voor de klassieke muziek, maar getuigt van een brede belangstelling, variërend van jazz, gitaar, pop, “Goed is goed”. Haar liefde voor muziek bindt haar aan haar echtgenoot Maurits, die eveneens haar leraar op het conservatorium was. “Het feit dat we hetzelfde vak delen, maakt hoe we met elkaar omgaan. We hebben veel gemeenschappelijks.” Samen hebben ze dochter Noa van elf. “Maurits en ik schelen heel wat jaartjes. Voor ons gezin is dat een uitstekende samenstelling. Dankzij Maurits kan ik al die dingen doen die ik doe, omdat hij vaak Noa op kan vangen. Dat alleen al is bijzonder en niet vanzelfsprekend voor iemand van zijn leeftijd. We spreken met onze dochter open over de situatie. Mijn vader is vorig jaar overleden. Noa beseft dan dat het ook heel reëel is dat het haar vader kan overkomen, sneller dan dat het bij vaders van andere kinderen zou kunnen gebeuren.”

Bewuste keuzes
Heidi’s drukke leven dat het orkest en vrijwilligerswerk van haar vergen, verklaart waarom ze heel bewust keuzes maakt. “Ik zoek steeds naar een  balans tussen gezin, werk, familie, vrijwilligerswerk. Als ik een weekend vrij heb en Noa is er toevallig niet, dan wil ik die twee dagen graag met Maurits alleen doorbrengen en niet aan andere verplichtingen hoeven te voldoen. Die tijd is me kostbaar. Tevens kan ik me niet voorstellen dat ik niet zou werken of geen vrijwilligerswerk zou doen, Ik heb het nodig om mezelf te ontwikkelen.”

Vrijwilligerswerk
Zo ging ze in op de verzoeken die ze kreeg van Stichting Cultuur Ravenstein, Groen Links en de Rotary. “Muzelinck in Oss moest bezuinigen. Groen Links vroeg om mijn inhoudelijke input hoe de partij met dit probleem het beste om kon gaan. Daarna werd ik gevraagd om mee te werken aan het partijprogramma.” Politiek is voor Heidi belangrijk. Wat speelt er en wat is belangrijk voor de maatschappij? “Ik mis tegenwoordig een duidelijke visie voor de lange termijn. Daar stoor ik me aan. Dus als ik de mogelijkheden krijg om mede een duidelijke lange termijn visie te ontwikkelen, doe ik dat graag,”

Rotary
Ook de Rotary is een bron van input. “Net als in het orkest heb je bij de Rotary te maken met een grote diversiteit aan mensen, met ieder een andere achtergrond, eigen kracht en kwaliteiten. Ik werd het eerste jaar dat ik lid was, meteen in de programmacommissie gezet. Wat me opviel is dat de ondernemers met wie ik in de groep zat, doorpakkers zijn. Wat je nu kunt doen, moet je nu doen. Dat is bij het orkest wel anders. Je bent daar afhankelijk van diverse betrokken partijen als directie, bestuur, collega’s en diverse overheden. Maar ook het luisteren naar de dilemma’s waar anderen binnen de Rotary in hun beroep tegen aanlopen, is interessant.”

Tegenwoordig stelt Heidi zichzelf duidelijk de opdracht om de interesse voor cultuur binnen de groep te vergroten. “Ik vind dat culturele activiteiten – waaronder muziek – een bindmiddel zijn voor de maatschappij. Ik zou dat graag meer onder de aandacht willen brengen. Met muziek kun je alles zeggen, want het raakt je meteen en roept emoties op, waar dan ook, thuis, op een begrafenis of bij een film. Over die wisselwerking tussen muziek en emoties, daar wil ik graag meer over vertellen.”

© Simone van de Wijdeven – Maart 2015 – Rotary Schaijk – Land van Ravenstein