Interview met E.H.M.H. (Emiel) de Kleijn, Leerplanontwikkelaar / vakexpert natuur & techniek (scheikunde)

VERBINDING

Emiel de Kleijn: “Rotary betekent voor mij eenheid door verscheidenheid.”

interview-emiel

HERPEN – ‘Verbinding’ is het sleutelwoord dat het karakter van Emiel de Kleijn (57), voorzitter van de Rotary Schaijk- Land van Ravenstein, kenschetst. Emiel laat zich leiden door zijn innerlijke drang om mensen met elkaar in contact te brengen, onafhankelijk of dat nu binnen zijn professionele omgeving of op vrijwilligersgebied is. Hij voelt het als een morele verplichting zich in te zetten voor anderen. Maar hij doet het met plezier en haalt er zelf ook veel voldoening uit.

Emiel is geboren, getogen en nog steeds woonachtig in het ouderlijk huis in Herpen. Hij groeit op als derde kind in een gezin met drie jongens en een meisje. “Ik heb slechts een jaar elders gewoond. Dat was in Eindhoven toen ik aan de toenmalige Technische Hogeschool scheikunde studeerde. Maar ‘op kamers’ wonen beviel me helemaal niet. Ik ben overgestapt naar de Universiteit Nijmegen en kwam terug naar huis. Mijn ouders waren erg vrij. Ik kon doen en laten wat ik wilde.” Zo gaat Emiel regelmatig logeren, ondanks zijn katholieke opvoeding, bij zijn vriendinnetje dat in Nijmegen op kamers zat. “Ze woonde bij haar oom in, die nota bene pastoor was. ’s Morgens als ik dan wegging, kwam ik hem soms op de trap tegen. Dat was wel spannend.” Maar het komt allemaal goed. Inmiddels is hij 35 jaar met diëtiste Petra van den Broek (58) getrouwd. “Petra komt ook uit Herpen en ik ken haar sinds de kleuterschool. We fietsten samen naar de Titus Brandsmalyceum in Oss. Ik had genoeg moeite om haar bij te houden want ze fietste sneller dan ik! Maar we kregen pas verkering tijdens carnaval toen ik al studeerde.” Ze krijgen twee kinderen, Renske (28) en Marijn (24).

Contact met leerlingen
Emiel studeert af als scheikundige en haalt zijn eerstegraads lesbevoegdheid. Vanaf dat moment begeeft hij zich binnen de onderwijswereld op diverse terreinen. Op de middelbare school in Heusden, Apeldoorn en Zevenaar/Duiven is hij een graag geziene leerkracht, zowel door directie als door leerlingen. “Het mooie aan het onderwijs is het contact dat je hebt met je leerlingen. Je hebt steeds wisselende klassen met andere kinderen, ieder jaar opnieuw en dat maakt het werk boeiend. Je bouwt een zekere reputatie op, totdat je van school wisselt, dan begin je van nul af aan. Kinderen proberen je uit. Maar ik pak ze net zo goed terug.” Hij noemt zichzelf geen strenge leraar, in tegenstelling tot wat de leerlingen wellicht vonden, maar stelt wel duidelijk grenzen. “Ze mochten best een kopje thee zetten en drinken in de klas, maar er moest wel gewerkt worden, anders verbond ik er consequenties aan.”

Schakel binnen onderwijs
Omdat hij na twintig jaar onderwijs meer uitdaging zoekt in de inhoud van zijn werk, wordt hij, vakdidacticus op de lerarenopleiding in Nijmegen. “Maar ik bleef ook leerkracht omdat het belangrijk is zelf met de voeten in de klei te staan, om het vak aan toekomstige leerkrachten over te kunnen brengen. Daarbij is het leraar zijn een aantrekkelijk vak omdat je veel vrijheden hebt. Dat is dan ook tevens een risico, want je krijgt weinig feedback van collega’s. Daarom is het goed om als leraar regelmatig leraren in opleiding (lio’s) te begeleiden, omdat zij een kritische terugkoppeling kunnen geven. De wisselwerking tussen leraar, lerarenopleider en de lio’s ervaar ik als zeer positief.”

Zijn loopbaan krijgt een nieuwe wending in 2007 als hij gevraagd wordt als projectleider door Stichting Leerplan Ontwikkeling, voor het opzetten van een nieuw examenprogramma scheikunde voor havo en vwo. “De SLO is verantwoordelijk voor wat leerlingen moeten kennen en kunnen op vakgebied. In mijn geval scheikunde.” Daarnaast is Emiel zeer nauw betrokken bij de coördinatie, selectie en begeleiding van leerlingen die mee doen aan Olympiades, de jaarlijkse (inter)nationale wedstrijden in exacte vakken voor middelbare scholieren.

Spil
Naast zijn drukke baan, waarvoor hij ook regelmatig naar het buitenland afreist, is Emiel erg actief in het vrijwilligerswerk. Of het nu met de dorpsraad, financiën, cultuur, natuur, dodenherdenking, avondmarkt of politiek heeft te maken, Emiel is een bekende in Herpen. “Ik vind het heel belangrijk om een bijdrage te leveren aan de gemeenschap. Iedereen zou dat moeten doen, want het is de enige manier om als gemeenschap te kunnen blijven functioneren.” Niet dat hij zelf al die taken opzoekt en die naar zich toetrekt, integendeel, hij wordt meestal gevraagd. ”Vaak rol je ergens in, omdat mensen je kennen en weten dat je al actief bent. Weinigen melden zich uit zichzelf. En omdat ik het belang van de gemeenschap belangrijker vind dan niets doen waardoor het werk blijft liggen, doe ik het toch maar.” Emiel kan geen NEE zeggen en als hij dan eenmaal JA heeft gezegd, is het moeilijk om het weer los te laten. “Ik ‘moet’ heel veel van mezelf. Ik weet dat het mijn valkuil is. Ik blijf niet betrokken voor mezelf, al geeft het vrijwilligerswerk me veel voldoening, maar omdat voor mij het belang van de gemeenschap telt. Overigens is het moeilijk om nieuw aanwas te krijgen.”

Binding door verscheidenheid
Zo werd Emiel acht jaar geleden ook gevraagd om lid te worden van de Rotary. “Ik had geen idee wat het precies inhield. Ik ging ervan uit dat we een meerwaarde konden hebben voor vrijwilligersorganisaties en stichtingen in ons voedingsgebied. Zelf ben ik sterk op Herpen en de voormalige gemeente Ravenstein georiënteerd, maar wil ook weten wat er in Schaijk of Zeeland gebeurt. Met mijn lidmaatschap probeer ik Herpen binnen Rotary te vertegenwoordigen en onder de aandacht te brengen.” Hoewel hij na een paar jaar overweegt zijn lidmaatschap op te zeggen, omdat het hem niet brengt wat hij ervan verwachtte, geeft hij zichzelf nog een kans. “Ik vond dat ik niet voldoende van mezelf had gegeven. Als mensen verwachtingen van me hebben, wil ik daar ook graag aan voldoen. Ik kan dingen niet snel uit mijn handen laten vallen.” Mede daarom heeft hij voor dit jaar het voorzitterschap aanvaard. “Je wordt gevraagd als voorzitter. Ik vond dat ik niet kon weigeren. Tot nu toe had ik mezelf te weinig ruimte gegeven om me voldoende in te zetten. Nu moet ik die ruimte wel nemen.”

Het grote verschil tussen zijn vrijwilligerswerk in Herpen en dat bij de Rotary is het uitgangspunt. “In Herpen ben je een aanvulling op elkaar voor een gemeenschappelijk doel. Bij de Rotary is het juist de verscheidenheid. Je zoekt de verschillen op bij het toelaten van potentiële leden om toch eenzelfde doel te dienen. Eenheid door verscheidenheid.” Emiel zou de andere leden niet als ‘vrienden’ willen bestempelen in de gangbare betekenis van het woord, vrienden aan huis. Maar dat er een vertrouwensband is, staat vast. “Iedereen heeft thuis wel eens problemen waar hij zelf geen kennis van heeft. Binnen de club is er altijd wel iemand die er wel verstand van heeft en jou kan en wil helpen. Ik heb wel eens gesprekken met andere leden over onderwerpen waarover ik met mijn vrienden vanuit mijn thuissituatie niet kan praten. Hoewel ik de Rotary eerst zag als een middel om een bijdrage aan de gemeenschap te leveren, vind ik het nu ook voor mezelf heel verrijkend. Je voelt je veilig binnen de club.”

Emiel kan zich wel voorstellen dat voor buitenstaanders de club als elitair wordt beschouwd. “Maar dat komt door onwetendheid. Dat is het dubbele van de Rotary. Je wilt naar buiten toe niet op je borst kloppen en zeggen: kijk eens hoe goed we zijn, maar tegelijkertijd wil je laten voelen dat de Rotary het verenigingsleven in onze gemeenschap van harte ondersteunt. En daar streef ik naar.”

© Simone van de Wijdeven – november 2014