Ik weet niet hoe het er bij u aan toe gaat in de badkamer, maar bij ons gezin leidt het wel of niet ophangen van natte handdoeken tot flinke discussies. Heel handig. Maar in het ophangen van handdoeken is de een net wat secuurder dan de ander, zullen we maar zeggen.

“Wat ben jij aan het doen?”, vraagt de jongste zoon aan zijn oudere broer. “Mijn voeten aan het afdrogen, dat zie je toch”, krijgt hij als respons. “Ja, maar dat doe je toch niet aan die handdoek? Die wordt helemaal smerig!”, gaat de eerste verontwaardigd verder. Oudste zoon zit op het randje van het bad. Hij heeft zijn voeten, die helemaal zwart en vies zijn van het buiten op blote voeten voetballen, even onder het water gehouden en droogt ze nu af. Van voeten wassen is amper sprake. “Waar maak je je druk om? Die handdoek gooi ik dadelijk toch in de wasmand!”, vervolgt de oudste. Dat is niet het antwoord dat de jongste wil horen. “Die moet je niet zo vies maken, maar je voeten goed wassen en dan de handdoek netjes ophangen. Ben jij degene die nooit de handdoeken ophangt?” De oudste kijkt verbaasd. “Ik laat de vloerhanddoek op de grond liggen en gooi mijn afdrooghanddoek altijd in de was. Ik ga die smerige dingen toch niet hergebruiken. Eerst mijn voeten afdrogen en daarna nog eens mijn gezicht. Getver!”, luidt de repliek. We maken in onze badkamer onderscheid tussen de handdoek die op de grond ligt om niet uit te glijden als je uit de douche stapt en die je tevens gebruikt om de douche droog te maken na elke wasbeurt en de handdoek die je pakt om jezelf mee af te drogen. Die twee moet je natuurlijk niet met elkaar verwisselen.

“De vloerhanddoek hoeft toch niet gelijk in de was. Die moet je laten drogen en hergebruiken”, vervolgt de jongste. De oudste vraagt wat de jongste met die handdoeken doet dan. “Nou, de vloerhanddoek hang ik netjes op over de rand van het bad om te drogen. De andere hang ik over de verwarming”, gaat hij verder. Onze verwarming is een hangverwarming aan de muur met verschillende buizen. Zeg maar een tralie-effect. Je kunt handdoeken er mooi overheen hangen zodat die van beide kanten droog wordt. ‘Ah”, gaat de oudste verder,”dus jij bent degene die de handdoeken zo waardeloos ophangt. Dat doe je toch niet, man, dubbel ophangen, dan valt die toch en hij wordt niet goed droog.”Als bewijs trekt hij een handdoek van de verwarming. “Je moet hem erover heen hangen, aan elke kant een helft, niet twee helften aan een kant.” Dit doet hij echter niet voor.

Ik leun tegen de badkamermuur en kijk naar mijn twee zonen die fel aan het discussiëren zijn over het ophangen van handdoeken. Het is een bijzonder tafereel om twee pubers, die ver boven mij uitsteken en een Rambo-postuur hebben, zich druk te zien maken over een roze of witte handdoek die verkeerd hangt. In mijn beleving hebben twee knapen van deze leeftijd wel andere problemen aan hun hoofd. Met stemverheffing bekogelen ze elkaar met woorden. Wie heeft er gelijk en wie niet? Zo lang het niet tot een handgemeen komt, stoort het me niet. Het is zelfs lachwekkend

Als het gesprek in volle hevigheid ontploft is, komt de jongste dochter om de hoek kijken. “Wat zijn jullie aan het ruziën? Ik probeer te slapen.” Slaapdronken en wankelend op haar benen, staart ze haar grote broers aan, die in een klap stil vallen. Vertederd kijken de boys hun zusje aan. Ze verdwijnt weer naar haar kamer en laat de twee jongens verstrooid achter. De felheid van het gesprek is gebroken. Alle frustratie gezakt. Niets meer aan toe te voegen. Ieder gaat naar bed.

De volgende dag kom ik op de badkamer. En wat zie ik? Er hangt geen vloerhanddoek meer over de rand van het bad, maar die ligt in de wasmand. Twee afdrooghanddoeken zijn netjes opgehangen aan de verwarming. Aan elke kant van de buis een helft. Goh, ze hebben er beiden van geleerd!