“Mam, moet jij binnenkort naar Nijmegen?” Ik lig in bed lezend in een spannend boek, als jongste zoon bij de slaapkamerdeur komt kijken. “Hoezo?”, vraag ik. “Nou, dan kun je halters voor me ophalen.” Halters? “Waar heb je het over?” “Je weet wel, van die gewichten. Ik wil ze bestellen, maar die moeten opgehaald worden.” Omdat ik op dit late tijdstip weinig zin heb in dit gesprek, breek ik het af. “Jongen, het is al laat, we hebben het er morgen wel over.”

De volgende dag tijdens het avondeten komt het onderwerp weer op tafel. “Mam, weet je al wanneer je naar Nijmegen gaat?” Ik denk na. “Maar jongen, waarom wil je eigenlijk halters? Je zwemt een paar keer in de week, je fietst elke dag, je doet aan hardlopen. En nu ook nog gewichtheffen? Is dat niet een beetje veel van het goede?” Ik ben een grote voorstander van veel bewegen, maar er zijn grenzen, zeker als de tijd die overblijft voor huiswerk in het geding komt.

“Ik vind sporten fijn. Ik doe nu aan push-ups en ik kom tot 100, maar dat is niet genoeg.” Jongste dochter en ik slikken. 100 keer niet voldoende? Houdt zoonlief mij voor de gek? Dochter staat op en gaat demonstratief vijf keer opdrukken. “Verder kom ik niet”, zegt ze trots dat ze dat al gered heeft. Ik lach. Zelfs dat haal ik niet!

Voordat ik mijn goedkeuring geef om op en neer te rijden om zijn verzendkosten te vervangen door mijn benzinekosten, wil ik graag weten waar hij het over heeft. “Laat me eens zien op de site wat je wilt.” Samen nemen we plaats achter zijn computer. Bij het openen van de hompage van de juiste site, schiet ik in de lach. Een knappe sexy jonge meid, wiens borstwelvingen duidelijk zichtbaar zijn, trekt aan een of ander apparaat. Zou hij denken dat hij die mooie meid erbij krijgt?

Als we uiteindelijk uitkomen op het juiste product, schrik ik. Het plaatje voor me lijkt meer op een ziekenhuisbed met diverse accessoires, dan een bank met halters. Hoe werkt dit? Zoon legt in details uit wat voor machine hij op het oog heeft. “Je hebt een bank om op te liggen en allerlei gewichten aan een stang.” Ik zie op het plaatje zwarte wielen in diverse maten, die op het scherm meer lijken op autobanden. De zwaarte kun je er niet vanaf lezen. Ik schrik van de prijs. Hij is nog minderjarig, dus voel ik me verantwoordelijk ook op zijn eigen verdiende centjes te letten. “Waarom koop je ze niet tweedehands? Of ga elke week naar de fitness!” Ik merk dat mijn argumenten de laatste tijd behoorlijk aan overtuigingskracht inboeten. Meneer heeft een pasklaar antwoord. “Tweedehands is net zo duur en ook een fitnesskaart schiet niet op. Ik wil gewoon kunnen trainen wanneer ik wil.”

Een poos later rijd ik met mijn zoon richting Nijmegen om zijn zo begeerde halters op te halen. De bank wordt, vreemd genoeg, wel gratis verzonden en staat inmiddels al opgesteld. Een groot geval dat alle ruimte op zijn slaapkamer in beslag neemt. Wanneer hij en zijn broer de voor mij niet te tillen zware dozen naar boven hebben versjouwd, daagt oudste zoon zijn broertje uit. “Jij kunt niet eens 20 kilo tillen.” Dat laat hij zich natuurlijk niet zeggen Hij installeert de stang en hangt er aan beide kanten 10 kg op. De stang zelf weegt ook nog eens 20 kilo. Dus 40 kg voor een starter. We kijken hoe hij plaats neemt. Hij ligt, benen naar beneden geklemd onder een stang. Zijn hoofd en brede schouders passen als gegoten tussen de dragende delen van de bank. Hij kijkt naar de stang boven zich en heft moeiteloos met gestrekte armen het gewicht boven zijn hoofd uit. Vol bewondering kijk ik. Ik begrijp nog steeds niet waarom hij dit wil, maar ik vind het wel knap!