We zitten in de auto en hebben een heel eind te rijden. Ieder van ons heeft een boek voor zich om in te lezen, op de chauffeur na natuurlijk. Trots ben ik dat mijn kinderen lezen leuk vinden. Zelf ben ik ook verdiept in een psychologische triller. Het duurt daarom even voordat het tot me doordringt dat de oudste twee aan het discussiëren zijn.

“Je vergelijkt twee totaal verschillende dingen. Het is helemaal niet zoals jij het beweert”, hoor ik oudste  dochter zeggen “Dat is wel zo. De Bijbel is hetzelfde als een vlieg met vier poten”, roept oudste zoon. Waar gaat dit over? Ik was te ver weggedoken in mijn eigen boek om precies de lijn te kunnen volgen. Maar nu de discussie verhevigd is, spits ik mijn oren.

“Het is toch raar dat mensen zomaar accepteren dat een vlieg vier poten heeft, als Aristoteles dat zegt”, legt oudste dochter me uit. Welk boek leest ze in vredesnaam? “Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch”, antwoordt ze. “Het is toch vreemd dat mensen zo maar aannemen dat een vlieg vier poten heeft, als een filosoof dat beweert en niemand de moeite neemt om het te controleren. Ik bedoel, kijk naar een vlieg en je ziet dat hij er zes heeft. Dat is gewoon een feit.” Ja, ik geef toe dat het zo is. Daar is niets op tegen in te brengen, “Ja maar met de Bijbel is het hetzelfde. Iedereen accepteert de woorden, maar niemand neemt de moeite om te controleren of wat er wordt beweerd ook daadwerkelijk klopt”, zegt oudste zoon.  “Ook dat is een feit.” Oudste dochter is het er niet mee eens. “Dat is geen feit. Het aantal poten aan een vlieg kun je verifiëren, maar woorden niet. De Bijbel is toch geen vlieg?” Oudste zoon protesteert. “Echt wel. Waarom heeft niemand ooit geprotesteerd tegen de woorden in de Bijbel. Ze zijn ook verifieerbaar. Iemand heeft dat ooit opgeschreven.”

Ik volg de discussie. Iets klopt er niet in hun redeneringen. Of ligt het aan mij? Volgens mij zeggen ze namelijk beiden hetzelfde, maar praten ze volledig langs elkaar heen om vooral hun gelijk te halen. De een zegt dat niemand controleert of een vlieg zes poten heeft. De ander beweert dat niemand controleert of wat er in de Bijbel staat klopt. Beide zijn feiten. De input is hetzelfde. Het gaat niet om die vlieg of om de Bijbel, maar om de beïnvloedbaarheid van de mensen.  “Je begrijpt niet wat ik zeg”, gaat oudste dochter verder. “Het gaat erom dat de vlieg zes poten heeft en dat het een feit is.” “Ja maar mensen hebben ooit iets geschreven. Dat is ook een feit. “ De discussie gaat onverhinderd door.

Ik leg ze mijn grote ontdekking uit in de hoop daarmee een einde te maken aan het gekibbel. “Jongens, waar discussiëren jullie nou eigenlijk over? Jullie zeggen beiden dat mensen zo beïnvloedbaar zijn dat ze dingen die beweerd worden zonder meer aannemen zonder te controleren. Dat geldt voor de vlieg. Dat geldt voor de Bijbel. Waar maak je je nu druk over? Ik zie het probleem niet. Het uitgangspunt is het zelfde, alleen de uitwerking niet. Kijk de vlieg is verifieerbaar,  dat is concreet. De Bijbel niet. Dat blijft gissen en is heel subjectief. Einde verhaal.” Het blijft stil in de auto. Ik hoor ze denken: Is het echt zo? “Ja zo klopt het.

“Dat zeg ik toch ook”, bevestigt oudste zoon uiteindelijk, een tikkeltje verontwaardigd dat ook zijn zus gelijk heeft. “Ja, dat is waar”, roept ook de oudste. “Eigenlijk zijn we het dus met elkaar eens,” concluderen ze. “Mensen zijn beïnvloedbaar en durfden zelf geen positie in te nemen.” Maar die twee van mij zijn niet zo makkelijk beïnvloedbaar. Die moet je met argumentatie en uitleg weten te overtuigen. En dat is maar goed ook in deze tijd! Anders hadden we misschien een vlieg met vier poten die de Bijbel leest.