Eindelijk ben je zestien. Drinken mag dan wel niet meer, brommer rijden wel. Opgewonden en gespannen zoekt mijn jongste zoon op Marktplaats naar de meest geschikte brommer. Cool, betaalbaar, stoer. Al dagen en dagen zoekt hij op internet. “Mam, zal ik deze doen? Maar deze is ook mooi. Of wat dacht je van die dan?” De keus is moeilijk.

Ik, met mijn atechnisch inzicht, kan hem niet adviseren. Puch, Solex, Tomos, voor mij zien de brommers er allemaal hetzelfde uit. Waar ik wil inzicht in heb, is mijn portemonnee. Want het budget van mijn zoon beperkt zich tot de aanschaf van het voertuig. Kosten voor het ophalen van zijn nieuwe aanwinst of reparatiewerkzaamheden worden niet in zijn eigen berekening  opgenomen. Die zijn als vanzelfsprekend voor zijn ouders. Na een paar weken surfen op het net, rollen er twee keuzes uit. Een beschadigde rode Tomos van € 250, in Oss of eenzelfde rode Tomos maar blinkend voor € 350,– in Roermond. “Mam, wat vind jij?” Hij pakt het slim aan. Hij houdt rekening met mijn uitgangspunt, goedkoop dichtbij, zonder af te zien van zijn eigen wensen, stoer, cool en binnen zijn grenzen van het betaalbare. Ik sta schaakmat. Beschadigingen betekenen onkosten, stress, gedoe. Schadeloos houdt in direct beschikbaar zonder extra trubbels. Hij kijkt me lief aan. “Ja, jongen. Moeilijk. Kun je die in Roermond niet afdingen?” Zo, die zit. Hij is aan zet. Tegen al mijn verwachtingen in pakt hij de telefoon. “Goedendag, u spreekt met… Gisteren .. gereageerd …. brommer.” Op de achtergrond hoor ik hem onderhandelen. Een beetje verlegen en voorzichtig klinkt zijn stem. Ik ga door met eten koken. Mijn gedachten dwalen alweer af van brommers, als hij plots voor mijn neus staat. Lachend, triomfantelijk.

In het weekeind staat zijn trots bij ons achter op de stoep. Er wordt gepoetst, gespoeld, kleinigheden gerepareerd, uit elkaar gehaald, gemonteerd, gelijmd, extra accessoires bevestigd. Na een paar dagen hard zwoegen, is het klaar. Oogverblindend, glimmend als een spiegel, stralend, uitdagend poseert mijn zoon op zijn rode Tomos. Zijn geluk kan niet op. “Mam, mag ik een ritje?” Zijn net in een keer gehaalde rijbewijs is nog niet binnen en de verzekering niet geregeld. Ik voel me spelbreker, maar moet hem echt teleurstellen. Voorzichtig probeer ik hem tegemoet te komen. “Een ritje in de tuin dan.” Pech voor het gras. Pech voor mijn partner.

Vrijdags na school hoor ik beneden stemmen en voetstappen die erop duiden dat mijn zoon niet alleen is thuisgekomen. Ik kijk door het dakraam van mijn kantoor en zie vier lange slungels zich watertandend verdringen om het stuk bling bling. Waoh! De Tomos kan hun goedkeuring wegdragen. Mijn zoon, zittend als een koning op zijn troon, laat zich de lofuitingen maar al te graag welgevallen. Als beloning trakteert hij zijn vrienden van ‘maar’ vijftien een rondje door de tuin. Te lange benen, wapperend haar, onpraktisch met twee jongens op een groot zadel, onhandig waar-blijf-je-met- je-handen?, het speelt allemaal niet mee. De knapen hebben de grootste lol.

Vanuit de hoogte bekijk ik het schouwspel. Trots als een pauw zie ik mijn zoon achterover hangend toeren over het veld. En ik besef: nog even en er zit een meisje achterop.